Statutes

Below the statutes of IALA in Dutch, approved by the 2nd (after Uppsala) foundation meeting of IALA at the Vrije Universiteit in Amsterdam on the 16th of June 2017, and signed at the notary on the 5th of July 2017.

NAAM EN ZETEL

Artikel 1
1. De vereniging draagt de naam: International Association of Landscape Archaeology (IALA).
2. De vereniging heeft haar zetel in de gemeente Amsterdam.

DOEL

Artikel 2
1. De vereniging heeft ten doel:
het bevorderen van wetenschappelijke uitwisseling op het gebied van landschapsarcheologie, met inbegrip van de promotie van jonge wetenschappers, alsmede de overdracht van kennis aan het publiek.
2. Zij tracht dit doel onder meer te bereiken door:
a. het archeologisch onderzoek van het landschap in een inter- en transdisciplinair perspectief te bevorderen;
b. communicatie tussen landschapsarcheologen met verschillende disciplinaire achtergronden te bevorderen en verschillende theoretische en methodologische benaderingen te volgen;
c. het bevorderen van interdisciplinair onderwijs tussen wetenschappen en humaniora met nadruk op junior academici en academici en mentoren;
d. het initiëren en promoten van de tweejaarlijkse Landscape Archaeology Conference (LAC);
e. het bevorderen van het onderzoek en de relevantie van de landschapsarcheologie in de academische en hogere opleidingsprogramma’s;
f. versterking van de band tussen landschapsarcheologie, beleidsvorming en het grote publiek;
g. het onderzoeken van verschillende financieringsmogelijkheden voor hoger onderwijs, bijvoorbeeld door de organisatie van workshops, speciale vergaderingen en publicatie in regelmatige (on-line) uitgaven en in speciale uitgaven van tijdschriften of verzamelde werken;
h. financiering voor jonge geleerden en wetenschappers zodat zij kunnen deelnemen aan conferenties;
i. het stimuleren van het organiseren van kleinschalige jaarlijkse workshops in landschapsarcheologie en publicaties op het gebied van landschapsarcheologie door studenten voor hun doctorsgraad;
j. kennis over te brengen aan het publiek;
k. betrokken te worden bij de bescherming en ontwikkeling van landschappen met bijzondere archeologische belangen;
l. bij te dragen aan discussies waarin interdisciplinaire wetenschappelijke samenwerking nodig is om toekomstige duurzame oplossingen voor onze planeet te bevorderen.

DUUR

Artikel 3
De vereniging is opgericht voor onbepaalde tijd.

LIDMAATSCHAP

Artikel 4
1. De vereniging kent gewone leden en ereleden. Waar in deze statuten of in krachtens deze statuten vastgestelde reglementen of genomen besluiten sprake is van lid of leden worden daaronder de gewone zowel als de ereleden begrepen, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald of kennelijk anders is bedoeld.
2. Gewone leden zijn zij die door één of meer leden als lid bij het bestuur zijn voorgedragen of door het bestuur daartoe zijn uitgenodigd en door het bestuur als zodanig tot de vereniging zijn toegelaten.
Ingeval van niet-toelating door het bestuur kan de algemene vergadering alsnog tot toelating besluiten.
3. Ereleden zijn zij die, op grond van bijzondere verdiensten voor de vereniging, als zodanig door de algemene vergadering zijn benoemd en hun benoeming hebben aanvaard. Een lid dat tot erelid wordt benoemd blijft daarnaast gewoon lid zolang het lidmaatschap niet is geëindigd ingevolge het bepaalde in artikel 6.

Artikel 5
Het lidmaatschap is persoonlijk en mitsdien niet vatbaar voor overdracht of overgang.

Artikel 6
1. Het lidmaatschap eindigt:
a. door de dood van het lid; is een rechtspersoon lid, dan eindigt zijn lidmaatschap wanneer hij ophoudt te bestaan;
b. door opzegging door het lid;
c. door opzegging door de vereniging;
d. door ontzetting.
2. Opzegging van het lidmaatschap door het lid kan slechts geschieden tegen het einde van een boekjaar, mits schriftelijk en met inachtneming van een opzeggingstermijn van ten minste vier weken. Indien een opzegging niet tijdig heeft plaatsgehad, loopt het lidmaatschap door tot het einde van het eerstvolgende verenigingsjaar.
Niettemin is onmiddellijke beëindiging van het lidmaatschap door opzegging mogelijk:
a. indien redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;
b. binnen een maand nadat een besluit waarbij de rechten van de leden zijn beperkt of hun verplichtingen zijn verzwaard, aan een lid bekend is geworden of medegedeeld, tenzij het betreft een wijziging van de geldelijke rechten en verplichtingen;
c. binnen een maand nadat een lid een besluit is meegedeeld tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm of tot fusie.
3. Opzegging van het lidmaatschap door de vereniging kan eveneens slechts geschieden tegen het einde van een boekjaar, met inachtneming van een opzeggingstermijn van ten minste vier weken. Indien een opzegging niet tijdig heeft plaatsgehad, loopt het lidmaatschap door tot het einde van het eerstvolgende verenigingsjaar. Niettemin
is onmiddellijke beëindiging van het lidmaatschap mogelijk indien redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren. Opzegging van het lidmaatschap door de vereniging geschiedt door het bestuur en kan slechts plaatsvinden wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap
te laten voortduren.
4. Ontzetting uit het lidmaatschap kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt, zoals ondermeer in het geval dat, ondanks betalingsherinnering, de jaarlijkse bijdrage niet of niet tijdig wordt betaald of wanneer het lid de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
De ontzetting geschiedt door het bestuur, dat het betrokken lid ten spoedigste van het besluit, met opgave van redenen in kennis stelt.
De betrokkene is bevoegd binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving in beroep te gaan bij de algemene vergadering.
Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.
De algemene vergadering kan slechts tot ontzetting besluiten door een daartoe strekkend besluit, genomen met gewone meerderheid.
5. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar eindigt, blijft desniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel door het lid verschuldigd.
6. Het lid kan binnen een maand, nadat hem een besluit, waarbij de verplichtingen van geldelijk aard der leden met meer dan vijftig procent zijn verzwaard, is bekend geworden of is medegedeeld, door opzegging van zijn idmaatschap de toepasselijkheid van het besluit te zijnen opzichte uitsluiten.
7. Het bestuur kan een lid dat handelt in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt, schorsen voor een door het bestuur te bepalen periode van maximaal zes (6) maanden. Tegen de schorsing is beroep mogelijk bij de algemene vergadering. Het in lid 4 bepaalde aangaande “beroep” is van overeenkomstige toepassing.

GELDMIDDELEN

Artikel 7
1. De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit de jaarlijkse bijdragen van de gewone leden en de donateurs, erfstellingen, legaten, schenkingen en andere inkomsten.
2. Ieder gewoon lid is jaarlijks aan het begin van het boekjaar een bedrag verschuldigd, welk bedrag wordt vastgesteld door de algemene vergadering. De leden kunnen in categorieën worden ingedeeld die een verschillende bijdrage betalen.
Behoudens het geval dat de algemene vergadering uitdrukkelijk bepaalt dat ook de ereleden vorengemelde bijdrageplicht hebben, zijn zij daarvan vrijgesteld, ook als dat erelid gewoon lid is gebleven.
3. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van een bijdrage te verlenen.

BESTUUR

Artikel 8
1. Het bestuur bestaat uit ten minste drie natuurlijke personen, die uit hun midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aanwijzen. De functies van secretaris en penningmeester kunnen ook door één persoon worden vervuld.
Het bestuur kan een bestuurder ook een andere titel verlenen.
2. De bestuursleden worden door de algemene vergadering benoemd uit de leden van de vereniging. De algemene vergadering kan besluiten dat één lid van het bestuur buiten de leden wordt benoemd.
De algemene vergadering stelt het aantal bestuursleden vast.
3. De benoeming van bestuursleden geschiedt uit één of meer bindende voordrachten, behoudens het bepaalde in lid 5.
4. Tot het opmaken van zulk een voordracht zijn bevoegd zowel het bestuur als tien of meer leden.
De voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping van de vergadering meegedeeld.
Een voordracht door tien of meer leden moet één week vóór de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend.
5. Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de algemene vergadering.
6. Is geen voordracht opgemaakt of besluit de algemene vergadering overeenkomstig het voorgaande lid de opgemaakte voordrachten het bindend karakter te ontnemen, dan is de algemene vergadering vrij in de keus.
7. Indien er meer dan één bindende voordracht is, geschiedt de benoeming uit die voordrachten.
8. Bestuursleden kunnen te allen tijde onder opgaaf van redenen door de algemene vergadering worden geschorst en ontslagen. Terzake van schorsing of ontslag besluit de algemene vergadering met een meerderheid van twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
9. Indien ingeval van schorsing van een bestuurslid de algemene vergadering niet binnen drie maanden daarna tot zijn ontslag heeft besloten, eindigt de schorsing. Het geschorste bestuurslid wordt in de gelegenheid gesteld zich in de algemene vergadering te verantwoorden en kan zich daarbij door een raadsman doen bijstaan.
10. Bestuursleden worden benoemd voor een periode van vier (4) jaar.
Onder een jaar wordt te dezen verstaan de periode tussen twee opeenvolgende jaarlijkse algemene vergaderingen. De bestuursleden treden af volgens een door het bestuur op te maken rooster; een volgens het rooster aftredend bestuurslid is onmiddellijk herbenoembaar. Wie in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het
rooster de plaats van zijn voorganger in.
11. In bestaande vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallig bestuur blijft bestuursbevoegd.
12. Tot bestuurder kunnen niet worden benoemd casu quo bestuurders mogen niet zijn de echtgenoot, geregistreerd partner, samenlevingspartner en bloed- en aanverwanten tot en met de vierde graad van een bestuurder. Indien tijdens het bestuurslidmaatschap door huwelijk, het aangaan van een geregistreerd partnerschap of het gaan samenwonen voorgaande bepaling overtreden wordt, zal bij de eerstvolgende algemene vergadering de algemene vergadering moeten besluiten wie van de betrokkenen zal moeten aftreden. Het bepaalde in deze statuten over verkiezing van personen door de algemene vergadering is alsdan van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9
1. Het bestuur is belast met het besturen van de vereniging. Het bestuur kan, tot wederopzegging, taken en bevoegdheden delegeren aan een eventueel dagelijks bestuur.
2. Het bestuur is, behoudens het in lid 3 van dit artikel bepaalde, mede bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt.
3. Het bestuur behoeft de goedkeuring van de algemene vergadering voor besluiten tot het aangaan van overeenkomsten, hiervoor in lid 2 omschreven.
Op het ontbreken van deze goedkeuring kan tegen derden beroep worden gedaan.
4. Het bestuur behoeft eveneens goedkeuring van de algemene vergadering voor besluiten tot:
I. Onverminderd het bepaalde onder II. het aangaan van rechtshandelingen en het verrichten van investeringen welke niet in de begroting zijn opgenomen, dan wel een door de algemene vergadering vastgesteld en aan het bestuur medegedeeld bedrag, te boven gaande;
II. a. het huren, verhuren en op andere wijze in gebruik of genot verkrijgen en geven van registergoederen;
b. het aangaan van overeenkomsten, waarbij aan de vereniging een bankkrediet wordt verleend;
c. het ter leen verstrekken van gelden, alsmede het ter leen opnemen van gelden, waaronder niet is begrepen het gebruikmaken van een aan de vereniging verleend bankkrediet;
d. het aangaan van dadingen;
e. het optreden in rechte, waaronder begrepen het voeren van arbitrale procedures, doch met uitzondering van het nemen van conservatoire maatregelen en van het nemen van die rechtsmaatregelen, die geen uitstel kunnen lijden;
f. het sluiten en wijzigen van arbeidsovereenkomsten.
Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden geen beroep worden gedaan.
5. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris notulen opgemaakt die op dezelfde of de eerstvolgende bestuursvergadering worden vastgesteld en ten blijke daarvan door de voorzitter en de secretaris worden ondertekend.
6. Het ter bestuursvergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
7. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het vorige lid bedoelde oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
8. Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regelen aangaande de vergaderingen van en de besluitvorming door het bestuur worden gegeven.

Artikel 10
Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies waarvan de leden door het bestuur worden benoemd en ontslagen.
De samenstelling van commissies wordt door het bestuur aan de algemene vergadering bekend gemaakt.

VERTEGENWOORDIGING

Artikel 11
1. Het bestuur vertegenwoordigt de vereniging, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit.
2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan de voorzitter tezamen met de secretaris of de penningmeester, dan wel de secretaris tezamen met de penningmeester.
3. Het bestuur kan volmacht verlenen aan één of meer bestuursleden alsook aan anderen, om de vereniging binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

DE ALGEMENE VERGADERING

Artikel 12
1. Toegang tot de algemene vergadering hebben de leden die niet geschorst zijn, het bestuurslid dat geen lid van de vereniging is, de ereleden alsmede degenen, die daartoe door het bestuur en/of de algemene vergadering zijn uitgenodigd.
Een geschorst lid heeft toegang tot de vergadering waarin het besluit tot schorsing wordt behandeld, en is bevoegd daarover het woord te voeren.
2. Stemgerechtigd in de algemene vergadering zijn voormelde leden.
Ieder van hen heeft één stem. Ieder die stemgerechtigd is, kan aan een andere stemgerechtigde schriftelijk volmacht verlenen tot het uitbrengen van zijn stem. Een stemgerechtigde kan voor ten hoogste twee personen als gevolmachtigde optreden.
Het bestuurslid dat geen lid van de vereniging is, heeft een raadgevend stem. Ereleden hebben geen stemrecht indien zij niet tevens gewoon lid zijn.
3. Een eenstemmig besluit van al degenen, die in de algemene vergadering stemgerechtigd zijn, ook al zijn zij niet in vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering. Dit laat onverlet hetgeen is bepaald voor een statutenwijziging of ontbinding der vereniging.
4. Alle besluiten waaromtrent bij de wet of bij deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, worden genomen bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
5. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
6. Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een tweede stemming, of ingeval van een bindende voordracht, een tweede stemming tussen de voorgedragen kandidaten plaats.
Heeft alsdan weer niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats, totdat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken.
Bij gemelde herstemmingen (waaronder niet is begrepen de tweede stemming) wordt telkens gestemd tussen de personen, op wie bij de voorafgaande stemming is gestemd, evenwel uitgezonderd de persoon, op wie bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht.
Is bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen op meer dan één persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt, op wie van die personen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht.
Ingeval bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van beiden is gekozen.
7. Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende verkiezing van personen, dan is het verworpen.
8. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één van de stemgerechtigden zulks vóór de stemming verlangt.
Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.
Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt.

Artikel 13
1. De algemene vergaderingen worden geleid door de voorzitter of, bij diens afwezigheid, door het oudste aanwezige bestuurslid.
Zijn geen bestuursleden aanwezig, dan voorziet de vergadering zelf in haar leiding.
2. Het door de voorzitter ter algemene vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van een stemming, is beslissend.
Het zelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voorzover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt.
Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
3. Van het ter algemene vergadering verhandelde worden notulen gehouden door de secretaris of door een door de voorzitter aangewezen persoon.
Deze notulen worden in de zelfde of in de eerstvolgende algemene vergadering vastgesteld en ten blijke daarvan door de voorzitter en de secretaris van die vergadering ondertekend.

Artikel 14
1. Het boekjaar van de vereniging is gelijk aan het kalenderjaar.
Jaarlijks wordt ten minste één algemene vergadering gehouden en wel binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste vier maanden door de algemene vergadering. In deze algemene vergadering brengt het bestuur zijn bestuursverslag uit over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid. Het legt de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de vergadering over.
Deze stukken worden ondertekend door de bestuursleden; ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt.
In deze vergadering wordt tevens behandeld de kwijting (decharge) van de bestuurders voor het door hen in het desbetreffende boekjaar gevoerde beleid en bestuur.
Het bestuur stelt voorts een begroting op voor het volgende jaar, welke eveneens in deze vergadering ter goedkeuring aan de algemene vergadering wordt voorgelegd.
2. Wordt omtrent de getrouwheid van de stukken bedoeld in het vorige lid aan de algemene vergadering niet overgelegd een verklaring afkomstig van een accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 van het
Burgerlijk Wetboek, dan benoemt de algemene vergadering, jaarlijks, een commissie van ten minste twee leden die geen deel van het bestuur mogen uitmaken. De last van de commissie kan te allen tijde door de algemene vergadering worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere commissie.
3. Het bestuur doet de in lid 1 bedoelde stukken ten minste één maand voor de dag waarop de algemene vergadering zal worden gehouden waarin deze zullen worden behandeld, toekomen aan de commissie.
De commissie onderzoekt deze stukken en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit.
4. Het bestuur is verplicht aan de commissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen, inzage in de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers der vereniging te geven.
5. Vergt dit onderzoek naar het oordeel der commissie bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan zij zich op kosten van de vereniging door een deskundige doen bijstaan.

Artikel 15
1. Naast de algemene vergadering bedoeld in het vorige artikel, worden algemene vergaderingen bijeengeroepen door het bestuur zo dikwijls het dit wenselijk oordeelt.
2. Op schriftelijk verzoek van ten minste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één/tiende gedeelte van de stemmen in een voltallige algemene vergadering, is het bestuur verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken na indiening van het verzoek.
Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot de bijeenroeping van de algemene vergadering overgaan. De verzoekers kunnen alsdan anderen dan bestuursleden belasten met de leiding der vergadering en het opstellen der notulen.
3. De bijeenroeping der algemene vergadering geschiedt bij advertentie in tenminste één ter plaatse waar de vereniging gevestigd is, veel gelezen dagblad of door schriftelijke mededeling aan de stemgerechtigden. Indien een lid hiermee instemt, kan voormelde bijeenroeping geschieden door een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht aan het adres dat door het lid voor dit doel is bekend gemaakt [artikel 2:41 BW].
De termijn van oproeping bedraagt ten minste zeven dagen.
Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld, onverminderd het bepaalde omtrent statutenwijziging en ontbinding der vereniging
4. a. Indien bijeenroeping van de algemene vergadering geschiedde op kortere dan de voorgeschreven termijn, kan de algemene vergadering niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, tenzij een zodanig aantal der aanwezigen als gerechtigd is tot het uitbrengen in die vergadering van één/tiende gedeelte der stemmen zich daartegen verzet.
b. Het bepaalde in lid 4.a. is niet van toepassing op een besluit tot statutenwijziging of ontbinding der vereniging.

STATUTENWIJZIGING

Artikel 16
1. Wijziging van de statuten kan slechts plaatshebben door een besluit van de algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld.
2. Zij, die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste vijf dagen voor de dag der vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgestelde wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na de afloop van de dag, waarop de vergadering werd gehouden.
3. Tot wijziging van de statuten kan door de algemene vergadering slechts worden besloten met een meerderheid van ten minste twee/derde van het aantal uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste de helft van de leden tegenwoordig en/of vertegenwoordigd is. Is niet de helft van de leden tegenwoordig en/of vertegenwoordigd, dan wordt daarna een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden ten minste veertien en uiterlijk dertig dagen na de eerste vergadering, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal tegenwoordige of vertegenwoordigde leden, kan worden besloten, mits met een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
Indien de wijziging van de statuten de wijziging van artikel 2 van de statuten (doel) betreft, kan door de algemene vergadering slechts worden besloten met een meerderheid van ten minste drie/vierde van het aantal uitgebrachte stemmen.
4. De statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Ieder van de bestuursleden is bevoegd de akte van statutenwijziging te doen verlijden.
5. Het bepaalde in de leden 1 en 2 van dit artikel is niet van toepassing, indien in de algemene vergadering alle stemgerechtigden aanwezig of vertegenwoordigd zijn en het besluit tot statutenwijziging met algemene stemmen wordt genomen.
6. De bestuursleden zijn verplicht een authentiek afschrift van de akte van statutenwijziging en een volledige doorlopende tekst van de statuten, zoals deze na de wijziging luiden, neer te leggen ten kantore van het betreffende door de Kamer van Koophandel en Fabrieken gehouden register.

ONTBINDING EN VEREFFENING

Artikel 17
1. Het bepaalde in artikel 16 leden 1, 2, 3 en 5 is van overeenkomstige toepassing op een besluit van de algemene vergadering tot ontbinding van de vereniging.
2. De algemene vergadering stelt bij haar in het vorige lid bedoelde besluit de bestemming vast voor het batig saldo, en wel zoveel mogelijk in overeenstemming met het doel van de vereniging.
3. De vereffening geschiedt door het bestuur.
4. Na de ontbinding blijft de vereniging voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten zoveel mogelijk van kracht.
In stukken en aankondigingen die van de vereniging uitgaan, moeten aan haar naam worden toegevoegd de woorden “in liquidatie”.
5. De vereniging houdt op te bestaan op het tijdstip waarop geen aan haar, dan wel aan de vereffenaar(s), bekende baten meer aanwezig zijn. De vereffenaar(s) doet(n) van de beëindiging opgave aan het in lid 6 van artikel 16 vermelde register.
6. De boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden vereniging moeten worden bewaard gedurende tien jaren na afloop van de vereffening. Bewaarder is degene die door de vereffenaars als zodanig is aangewezen.

REGLEMENTEN

Artikel 18
1. De algemene vergadering kan een of meer reglementen vaststellen en wijzigen, waarin onderwerpen worden geregeld waarin door deze statuten niet of niet volledig wordt voorzien.
2. Een reglement mag geen bepalingen bevatten, die strijdig zijn met de wet of met deze statuten.
3. Op besluiten tot vaststelling en tot wijziging van een reglement is het bepaalde in artikel 16 leden 1, 2 en 5 van overeenkomstige toepassing.

RAAD VAN ADVIES

Artikel 19
Het bestuur kan een raad van advies instellen en opheffen, welke raad van advies bestaat uit de verschillende (groepen) betrokkenen bij het werk van de vereniging.
Deze raad is geen raad van toezicht doch kan gevraagd en ongevraagd het bestuur adviezen geven.
De leden van de raad van advies worden benoemd, geschorst en ontslagen door het bestuur.
De wijze van voormelde instelling, opheffing en werkwijze van de raad van advies en de benoeming, schorsing, ontslag van haar leden worden in het reglement bepaald.

TUCHTRECHTSPRAAK

Artikel 20
1. Het bestuur kan, onverminderd het bepaalde in de statuten inzake ontzetting, een lid dat handelt in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de organen van de vereniging of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt:
a. schorsen voor een door het bestuur te bepalen periode van maximaal zes (6) maanden, gedurende welke termijn de rechten van de betrokkene jegens de vereniging niet kunnen worden uitgeoefend;
b. een tuchtrechtelijke boete opleggen van maximaal de jaarlijkse bijdrage;
c. berispen.
Het bestuur kan voorts een eventuele boete van de betreffende bond, indien daarbij aangesloten, in verband met een gedraging van het lid als straf opleggen aan de betreffende persoon.
2. Het bestuur stelt het betrokken lid ten spoedigste in kennis van vorenbedoelde tuchtrechtelijke maatregel, met opgave van redenen. De betrokkene is bevoegd binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving in beroep te gaan bij de algemene vergadering.
3. De algemene vergadering kan een tuchtrechtcommissie instellen die, in plaats van het bestuur, zal worden belast met de tuchtrechtspraak als vermeld in dit artikel. De samenstelling, bevoegdheden en werkwijze van de commissie en de procesgang kunnen nader worden geregeld in een tuchtreglement.
4. Zowel bij de behandeling door het bestuur casu quo de tuchtcommissie als bij de behandeling door de algemene vergadering, kan de betrokkene, indien hij al dan niet op zijn verzoek wordt gehoord, zich door een raadsman doen bijstaan.

VRIJWARING

Artikel 21
Om makkelijker een bestuurder voor de vereniging aan te kunnen trekken en te behouden, geldt, voor zover niet uitdrukkelijk met de betreffende bestuurder anders is overeengekomen, het volgende:
1. Voor zover uit de wet niet anders voortvloeit, worden aan bestuursleden en aan voormalige bestuursleden vergoed:
a. de redelijke kosten van het voeren van verdediging tegen aanspraken wegens een handelen of nalaten in de uitoefening van hun functie of van een andere functie als bestuurslid die zij op verzoek van de vereniging vervullen of hebben vervuld;
b. eventuele schadevergoedingen of boetes die zij verschuldigd zijn wegens een hierboven onder a. vermeld handelen of nalaten; en c. eventuele schikkingen die zij met voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de vereniging treffen in verband met een hierboven als onder a. vermeld handelen of nalaten;
een en ander onverminderd het hierna bepaalde.
2. De vereniging zal de bestuursleden en voormalige bestuursleden in aanvulling op het hiervoor bepaalde ook vergoeden:
a. de over enig aan een derde te vergoeden bedrag verschuldigde wettelijke rente,
b. de proceskosten welke het bestuurslid is gehouden te voldoen,
c. door autoriteiten opgelegde boetes, voor zover vergoeding daarvan rechtens is toegestaan, en de met het verweer daartegen verbonden rechtsbijstandkosten, mits deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt en in redelijke verhouding staan tot het belang van
de procedure;
een en ander onverminderd het hierna bepaalde.
3. De vereniging zal het bestuurslid schadeloos stellen voor de redelijke
en noodzakelijke kosten die verbonden zijn aan het instrueren van
een externe public relations deskundige om schade aan de reputatie
van het bestuurslid door een procedure, onderzoek of aansprakelijkstelling als gedekt door deze bepaling te verminderen, een en ander onverminderd het hierna bepaalde.
4. Deze vrijwaring komt, voor zover nodig, ook ten goede van erfgenamen van bestuursleden en voormalige bestuursleden, een en ander onverminderd het hierna bepaalde.
5. Mocht de vereniging het bestuurslid of voormalige bestuurslid aansprakelijk stellen ter zake van schade die de vereniging lijdt als gevolg van enig handelen of nalaten van het bestuurslid, dan vergoedt de vereniging eveneens de redelijke kosten van het voeren van verdediging van het bestuurslid, een en ander onverminderd het hierna
bepaalde.
Na een in kracht van gewijsde gegane uitspraak inhoudende de aansprakelijkheid van de betrokkene jegens de vereniging, is de betrokkene gehouden tot terugbetaling van het aldus door de vereniging vergoede bedrag. Alvorens de vereniging tot betaling overgaat kan de vereniging zekerheid eisen voor het geval de betrokkene gehouden blijkt tot terugbetaling.
6. Een betrokkene heeft geen aanspraak op de vergoeding als hiervoor in dit artikel bedoeld indien en voor zover:
(i) door de Nederlandse rechter bij gewijsde is vastgesteld dat het handelen of nalaten van de betrokkene kan worden gekenschetst als opzettelijk, bewust roekeloos of ernstig verwijtbaar, tenzij uit de wet anders voortvloeit of zulks in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, of
(ii) de kosten of het vermogensverlies van de betrokkene is gedekt door een verzekering en de verzekeraar deze kosten of dit vermogensverlies heeft uitbetaald. De vereniging kan ten behoeve van de betrokkenen verzekeringen tegen aansprakelijkheid afsluiten.